Reverse mathematics

Normaal beginnen wiskundigen van een bestaande verzameling axioma’s en bewijzen daarin nieuwe stellingen, maar er bestaat ook een onderzoeksprogramma dat de omgekeerde weg neemt: begin van bestaande stellingen en kijk welke axioma’s je minimaal nodig hebt om de stelling te bewijzen. Dit programma heet reverse mathematics. De wiskundige Harvey Friedman richtte de tak op in zijn artikel “Some systems of second order arithmetic and their use” (1975) en naast hem is ook Stephen Simpson een bekende voorman van reverse mathematics.

Het basisprincipe van reverse mathematics is eenvoudig: we beginnen in een basistheorie, een heel zwak axiomatisch systeem waarin we de meeste interessante stellingen niet kunnen bewijzen. De basistheorie moet echter wel krachtig genoeg zijn om de definities die in de stellingen voorkomen te beschrijven. Om de stelling “Elke begrensde rij van reële getallen heeft een supremum” te analyseren, moeten we in het basissysteem bijvoorbeeld kunnen spreken over reële getallen en over rijen.

Het doel in reverse mathematics is om een axiomatisch systeem S te bepalen dat sterker is dan het basissysteem en tegelijk noodzakelijk om de stelling te bewijzen. Dan weten we dat geen zwakker systeem dan S de stelling kan bewijzen. Zo’n systeem S is te vinden door te bewijzen dat S de stelling én dat de stelling S impliceert. We kunnen dus zeggen dat de stelling equivalent is met de axiomatische theorie S.

Dit onderzoeksprogramma heeft al een groot aantal resultaten behaald waarmee heel wat belangrijke stellingen geclassificeerd zijn als equivalent met bepaalde axiomatische systemen. Eigenlijk is dit een verderzetting van Hilberts programma. Terwijl Gödels onvolledigheidsstellingen het programma van Hilbert om alle klassieke wiskunde te reduceren tot finitistische wiskunde hebben stopgezet, proberen Friedman en Simpson en co nog zoveel mogelijk te redden: hoeveel van de klassieke wiskunde kunnen we reduceren tot finitistische wiskunde? Vrij veel, zo blijkt. Ook verrassend is dat een groot aantal stellingen over het algemeen in een klein aantal equivalentieklassen van axiomatische systemen kunnen geclassificeerd worden (met de “Big Five” RCA0, WKL0, ACA0, ATR0 en Pi11 - CA0). Dit onderzoek heeft heel wat interessante vragen in de grondslagen van de wiskunde opgelost, maar kan het dat ook in de filosofie van de wiskunde?

Trackbacks & Pings

  1. Filosofie voor elke dag on 10 Nov 2007 at 11:31 pm

    Wat maakt kwantummechanica kwantum?…

    “Wat maakt kwantummechanica kwantum?” Die vraag stelde Michiel Seevinck van de Universiteit Utrecht op de eerste dag van Models and Simulations 2 in zijn lezing met de titel On the merits of modeling quantum mechanics via semi-classical models. In de…

  2. Filosofie voor elke dag on 14 Nov 2007 at 1:55 pm

    De impact van Gödels onvolledigheidsstellingen op de wiskunde…

    Op zaterdag 24 november om 11 uur heeft de Belgian Society for Logic and Philosophy of Science in de Universitaire Stichting (Egmontstraat, Brussel) de wiskundige Angus MacIntyre te gast voor een lezing over “The Impact of Gödel Incompleteness on Mat…

  3. Waarom zoeken wiskundigen elementaire bewijzen? at QED on 18 Jan 2009 at 6:56 pm

    [...] veel zwakkere theorie dan de Peano-rekenkunde. Dit is een interessant resultaat voor het domein van reverse mathematics, waarover ik het eerder al [...]

Post a Comment

Your email is never published nor shared. Required fields are marked *

*

*