Chinese wonderkinderen

Op de website van de BBC staat een interessant artikel over de vereiste wiskundekennis bij studenten in China en Engeland. Een voorbeeld van een test die Chinese studenten moeten kunnen oplossen vòòr ze aan de universiteit worden toegelaten, is de volgende oefening:

Chinese oefening

Vergelijk dit met de volgende test die een “well known and respected” Britse universiteit aan zijn eerstejaarsstudenten scheikunde geeft:

Engelse oefening

Volgens een persbericht van de Royal Society of Chemistry toont dit grote verschil aan dat Chinese studenten veel beter wiskunde kennen dan in Engeland en de Society waarschuwt ervoor dat Chinese wetenschappers in de toekomst een grote concurrentie zullen worden. Richard Pike van de RSC zegt:

UK chemistry departments are often world-renowned for their creativity; however, mathematics tests set in England by many universities for undergraduate chemistry students in their first term to diagnose remedial requirements are disconcertingly simple.

De Royal Society of Chemistry looft zelfs een prijs van £500 uit voor wie de Chinese oefening kan oplossen. Volgens wiskundeprofessor William Shaw overdrijft de RSC echter schromelijk en is het normaal dat de diepgang van het wiskundeonderwijs tussen verschillende landen wat verschilt. Toch lijkt mij de oefening hierboven (stelling van Pythagoras, oppervlakte van een driehoek, definitie van tangens in een rechthoekige driehoek) eerder thuis te horen op een toets in het derde middelbaar dan in het eerste jaar van een “well known and respected” universiteit…

Trackbacks & Pings

  1. Singaporese wonderkleuteurs at QED on 30 Apr 2007 at 1:21 pm

    [...] Als parodie op het nieuws dat Chinese toelatingsexamens voor de universiteit veel complexer zijn dan examens voor Britse universiteitsstudenten, heeft een Singaporese wiskundelerares de volgende oefening gemaakt, een toelatingsexamen voor Singaporese kleuterscholen: [...]

Comments

  1. JohanNo Gravatar" onclick="javascript:urchinTracker( wrote:

    Die “square prism”, wil dat zeggen dat het grondvlak en het bovenvlak geconnecteerd zijn door loodrechten?

    Dat zou alvast de eerste vraag oplossen. Maar ik kan niet met zekerheid zeggen, want google geeft me te weinig info over die “square prism”.

  2. JohanNo Gravatar" onclick="javascript:urchinTracker( wrote:

    Gesteld dat dat zo is, zijn de vragen niet zooo moeilijk… :-)

    antwoord op vraag 2: gesteld dat we die hoek ê noemen, dan is volgens mij hetvolgende waar:

    ê = sin^-1 ( 2 / ( 5^1/2) )+ sin^-1 ( 2 / (7^1/2) )

    ik kan het helaas niet berekenen, want ik heb geen rekenmachine hier (en calc op windows is ook niet zo handig)

  3. JohanNo Gravatar" onclick="javascript:urchinTracker( wrote:

    oef 3
    sin van de gevraagde hoek is 1/2

    –> kan iemand mijn bevindingen bevestigen? Ik kan het allemaal wel uitleggen, maar er zijn een paar vooronderstellingen die ik maak, waarvan ik niet 100% zeker ben (zoals dat 3D rotaties in een vlak de loodrechtheid met een ander vlak behoudt. Het is een intuïtie…)

Post a Comment

Your email is never published nor shared. Required fields are marked *

*

*